Door: VU Connected
Ben je een sporter of een ouder van een of meerdere kinderen die actief aan sport doen? Of werk je in de sport of het onderwijs? Dan heb je vast weleens vragen over blessurepreventie of behandeling, voedingsupplementen, niet tegen verlies kunnen of onsportief gedrag. Want wie wil nu niet sporten zonder fysieke klachten, sporten zonder ruzie op het veld of onterechte ongelijkheid binnen de sport. Stel ze nu aan één van onze coaches: Wanno Wardenaar, Irene Blikman, Sander Olsthoorn, Toke Hilgeholt en Joost Hes.

“Sport maakt een groot deel van mijn leven uit. Ik sport zelf, maar ik ben er ook vanuit mijn werk dagelijks mee bezig. Ik geef advies aan gemeenten, stichtingen, sportbonden en andere overheden over sport. Daarom heeft vooral de organisatie van sport mijn interesse. Deze passie, gecombineerd met mijn achtergrond als bewegingswetenschapper aan de VU maakte het voor mij meer dan logisch om me aan te melden voor dit initiatief.”
“Zoek sportiviteit vooral dicht bij jezelf. Niet iedereen, misschien wel niemand, doet alles exact zoals het hoort, en dat is ook niet nodig. “
“Het klantgedrag van veel mensen baart mij wel zorgen: geen binding met elkaar maakt dat de bereidheid om ‘voor elkaar te zorgen’ erg laag is. Bij de sportvereniging als vrijwilliger, maar ook even helpen bij de persoon naast je in de sportschool zijn daar voorbeelden van. Die ontwikkeling is omkeerbaar, maar dat vergt kennis en inzet van mensen die het vaak al heel erg druk hebben, professioneel of als vrijwilliger.”
“Sportiviteit en sportief gedrag is volgens mij het gevolg van de juiste omgeving: opvoeding hoort daar uiteraard bij, maar ook de omgang met elkaar in bijvoorbeeld jeugdsport is erg belangrijk. Wat mocht je vroeger wel en niet van je trainer? Wanneer werd je gewisseld of niet ingeschreven voor een wedstrijd? Hoe ging de club of trainer om met die vader langs de lijn? Als die basis klopt is de kans dat iemand sportief gedrag gaat vertonen het grootst.”
Specialisatie: sportstimuleringsprogramma’s, beleid, sportaccommodaties, vrijwilligers, omgang met de overheid.Afstudeerrichting: Sport Relevante werkgevers: Gemeente Den Haag, afdeling sport BMC advies en management, team sport Sporten die ik beoefen: wielrennen, skiën en golf
Hai Sander,
Waar ik woon, zijn lange wachtlijsten om kinderen bij sportclubs te krijgen. Om meer kans te maken, worden ouders als vrijwilliger bij van alles en nog wat gevraagd om te helpen. Hoe zie jij dat als coach sportief. Hoeveel kun je van ouders verwachten om hun kinderen lid te laten worden. Wat is nog billijk.
Hartelijke groet, Nathalie van der Ploeg
Hallo Nathalie,
Allereerst excuses voor mijn zeer late reactie.
Sportverenigingen hebben het best zwaar. Er wordt veel van hen gevraagd qua wetten en regels en voor steeds meer maatschappelijke 'taken' wordt gekeken naar de sportverenigingen. Ook blijken mensen steeds minder makkelijk actief te willen worden als vrijwilliger, terwijl zij wel (als 'klant') eisen stellen aan het niveau en de kwaliteit van de vereniging.
Het idee van een vereniging is nog steeds 'voor- en door- leden'. Daardoor kan een vereniging zelf blijven beslissen, en worden de kosten relatief laag gehouden.
Wat je ziet is dat verenigingen die het goed doen (in kwaliteit of populaire sportsoort) erg veel aanmeldingen krijgen, en dat zij (onder andere om de kwaliteit te borgen) maar een beperkt aantal mensen per leeftijdsgroep aannemen. Soms op basis van inschrijving (wachtlijst), maar soms krijgen inderdaad ouders die zich meer willen inzetten voor de club voorrang.
Wat mag en billijk is bepaald een vereniging dus in grote mate zelf. Zij beslissen zelf over hun aanname-beleid, en kunnen dus ook zelf kiezen voor een 'voorrang-regeling' voor ouders die bereid zijn zich in te spannen voor de club. Verenigingen die te hoge eisen stellen merken dat meestal heel erg snel: het aantal aanmeldingen loopt hard terug, de gemeente grijpt in (er komt veel subsidiegeld vanuit gemeenten naar verenigingen, bijvoorbeeld voor de accommodatie en het onderhoud) of de 'naam' van de vereniging wordt beschadigd. Je zou bijna kunnen zeggen dat er sprake is van marktwerking.
Uiteindelijk bepalen de ouders van jeugdleden dus wat billijk is: weegt de kwaliteit van de vereniging (of de afstand, of de sportsoort, of het feit dat alle vriendjes op die club zitten) op tegen de verlangde tegenprestatie (in geld, inzet of anderszins)? Als het antwoord JA is, zijn de eisen billijk, anders niet.
Groet,
Sander Olsthoorn
Sander Olsthoorn - 17 februari 2012
Hallo Nathalie,
Allereerst excuses voor mijn zeer late reactie.
Sportverenigingen hebben het best zwaar. Er wordt veel van hen gevraagd qua wetten en regels en voor steeds meer maatschappelijke 'taken' wordt gekeken naar de sportverenigingen. Ook blijken mensen steeds minder makkelijk actief te willen worden als vrijwilliger, terwijl zij wel (als 'klant') eisen stellen aan het niveau en de kwaliteit van de vereniging.
Het idee van een vereniging is nog steeds 'voor- en door- leden'. Daardoor kan een vereniging zelf blijven beslissen, en worden de kosten relatief laag gehouden.
Wat je ziet is dat verenigingen die het goed doen (in kwaliteit of populaire sportsoort) erg veel aanmeldingen krijgen, en dat zij (onder andere om de kwaliteit te borgen) maar een beperkt aantal mensen per leeftijdsgroep aannemen. Soms op basis van inschrijving (wachtlijst), maar soms krijgen inderdaad ouders die zich meer willen inzetten voor de club voorrang.
Wat mag en billijk is bepaald een vereniging dus in grote mate zelf. Zij beslissen zelf over hun aanname-beleid, en kunnen dus ook zelf kiezen voor een 'voorrang-regeling' voor ouders die bereid zijn zich in te spannen voor de club. Verenigingen die te hoge eisen stellen merken dat meestal heel erg snel: het aantal aanmeldingen loopt hard terug, de gemeente grijpt in (er komt veel subsidiegeld vanuit gemeenten naar verenigingen, bijvoorbeeld voor de accommodatie en het onderhoud) of de 'naam' van de vereniging wordt beschadigd. Je zou bijna kunnen zeggen dat er sprake is van marktwerking.
Uiteindelijk bepalen de ouders van jeugdleden dus wat billijk is: weegt de kwaliteit van de vereniging (of de afstand, of de sportsoort, of het feit dat alle vriendjes op die club zitten) op tegen de verlangde tegenprestatie (in geld, inzet of anderszins)? Als het antwoord JA is, zijn de eisen billijk, anders niet.
Groet,
Sander Olsthoorn
M: info@vuconnected.nl
T: (020) 59 89 292
VU Connected is het ideële netwerk van de VU-Vereniging in samenwerking met
